Ik loop door
de gangen die vol met levensmiddelen staan rijst mij de vraag over overvloed.
Doelgericht loop ik door de gangen met levensmiddelen, ik loop
door de gangen en neem de bestelling over
van mijn boodschappenlijst.
Benodigdheden
die mijn leven kleuren in zwart wit van het materialisme.
Gejaagd door de drukte van mijn bestaan sluit ik mij aan bij
de kudde van makke schapen die die zich heeft verlijd door talloze
reclameboodschappen die op ons netvlies waren geprojecteerd.
Voor mij staat
een vrouw in de rij die net als ik als bij de slachtbank in de rij staat voor
het laatste oordeel.
6 blikjes bier is wat zij nodig heeft niet meer. Zorgvuldig telt zij haar zegeningen en houd
zelf er een over.
Ik zie mijzelf, de
omgeving waar ik in sta en zie de leegte in de omgeving vol met mensen.